BLOG JELMER | 20 augustus 2025
De gebruiker centraal in de stad van morgen.
Wie is “de gebruiker”?
Track Stedelijke Transformatie.
De stad staat onder druk. Woningbouw, werkplekken, voorzieningen en infrastructuur concurreren om dezelfde schaarse ruimte. Voor een sterk stedelijk beleid is aandacht voor alle facetten van de stad onmisbaar. Zowel voor voorzieningen, grote transities in klimaat en energie, én voor de gebruiker. Want hoe we ruimte verdelen, transities vormgeven en prioriteiten stellen, bepaalt wie zich hier thuis voelt en wie buitenspel komt te staan. Maar wie is “de gebruiker van de stad”?
In dit artikel staan we hierbij stil. Je leest over de plek van de mens, natuur en toekomstige generaties. Hoe kijken experts als Vincent Luyendijk en Alan McSmith hiernaar? En hoe komen we tot de belangrijkste take-aways, die soms te snel worden overgeslagen?
Vincent Luyendijk, gastspreker op het Jelmer Kennisevent Stedelijke Transformatie.
De gebruiker van de stad?
Tijdens het kennisevent Stedelijke Transformatie van DHM en Jelmer, de gebruiker centraal in de stad van morgen, werden we aan het denken gezet over wie de gebruiker van de stad nu eigenlijk is en of we wel echt iedereen meenemen in ons stedelijk beleid en ontwerp. Zo liet spreker Vincent Luyendijk, schrijver en adviseur over een duurzame en gezonde leefomgeving, zien dat toekomstbestendige en mensgerichte steden vragen om een radicaal bredere blik. Aan de hand van praktijkvoorbeelden nam hij ons mee in hoe we stad toekomstbestendig maken en tegelijkertijd bewoners betrekken in deze ontwikkelingen. Dit klinkt makkelijk, maar is in ons verkokerde beleidslandschap nog een hele opgave.
Toekomstbestendige en mensgerichte stedelijke ontwikkeling vergt niet alleen tijd en geld, maar ook moed om buiten de gebaande paden te treden. Wat dit verder complex maakt is de diversiteit van de gebruiker van de stad; de bevolkingssamenstelling verandert, terwijl stedelijke ontwikkelingen juist over tientallen jaren heen gaan. We willen de gebruiker meenemen in ons beleid, maar wie is dan de gebruiker en hoe nemen we deze gericht en effectief mee?
Er is meer dan één stadsgebruiker
Wie is de gebruiker van de stad? We gebruiken de term vaak alsof het om een helder afgebakend begrip gaat. Er is echter niet één gebruiker, er zijn er talloze. De stad wordt tegelijkertijd gebruikt en beleefd door bewoners, bezoekers, werkenden, kinderen, ouderen, mensen met een beperking, dieren en planten, en dan missen we nog veel. Iedere gebruiker kijkt met een ander perspectief naar dezelfde straat, wijk of gebouw. Dit roept de vraag op: hoe nemen we al deze perspectieven mee in stedelijke ontwikkelingen? Wie blijft onzichtbaar en wordt structureel uitgesloten van besluitvorming? In dit hoofdstuk onderzoeken we waarom het zo belangrijk is om voorbij het idee van ‘de gemiddelde gebruiker’ te denken, en hoe we kunnen werken aan een stad waarin alle gebruikers, in hun veelvormigheid en tegenstrijdigheid, serieus genomen worden.
In zijn boek ‘Right to the city’ sprak Henri Lefebvre in 1968 al over de rechten van bewoners om vorm te geven aan hun eigen leefomgeving.2 Niet alleen de bewoners met kapitaal en macht, maar alle gebruikers moeten hiertoe het recht hebben. Jaren later is dit nog steeds een relevant vraagstuk. Het perspectief van “Power en Exclusion” laat zien dat gebruikers van de stad nu nog vaak gedefinieerd worden door wie controle heeft, waardoor we buitenstaanders systematisch buitensluiten. Deze beweging benadrukt het ontbreken van één “publiek belang”, en onderstreept het bestaan van vele verschillende belangen die elk een plaats verdienen binnen stedelijke ontwikkelingen.
We worden allemaal, onbewust, in onze opvattingen beïnvloedt door onze omgeving. Hierdoor herkennen we niet altijd het belang van andere gebruikers van de stad. Het hele plaatje aan verschillende belangen overzien vergt een brede blik die voorbijgaat aan de eigen opvattingen en beleefwereld. Tijdens het kennisevent kwam hiernaast naar voren dat de ‘hardste stemmen’ over het algemeen het best gehoord worden, terwijl de stille meerderheid achterblijft. In een serious game gespeeld door de deelnemers van het event vroegen we om een gesimuleerde gebruikersreis in te richten voor Mehmed, een mindervalide oudere man met een afstand tot de Nederlandse taal. Na zijn verhaal aangehoord te hebben werden interventies genomen om zijn reis ter voet en met het OV te vergemakkelijken. Prachtige ideeën werden bedacht om Mehmed te helpen, maar in hoeverre komen deze ook overeen met het grotere belang van de stad? Hoe komen we tot interventies die zowel de kleine minderheid, als het grotere plaatje dienen? Dit spel benadrukte dat wat je meekrijgt in je directe omgeving, in dit geval het verhaal van Mehmed, keuzes altijd zal beïnvloeden. Dit is niet anders voor beleidsmakers en ontwerpers die onze steden inrichten. De complexiteit in het definiëren van dé gebruiker van de stad zit hem zowel in haar veelvormigheid als in ons (on)vermogen om het grote geheel te kunnen overzien door ons vernauwde blikveld. Dan zijn er ook nog gebruikers die zelf, bij gebrek aan pleitbezorgers, geen stem hebben in stedelijke ontwikkelingen.
De natuur als stadsgebruiker
In de vorige alinea gingen we in op gebruikers die we niet meenemen binnen stedelijke ontwikkeling. We hebben hiernaast ook te maken met zogenaamde “stille stakeholders”: stakeholders die zichzelf, in tegenstelling tot eerder besproken gebruikers, niet actief kunnen uitspreken. Denk hierbij aan toekomstige generaties, dieren, ecosystemen, biodiversiteit en het klimaat.3 Wanneer we spreken over gebruikers van de stad heeft men wellicht de neiging om de mens als uitgangspunt te nemen. Wat als wij deze stille stakeholders beschouwen als volwaardige gebruikers van de stad? Zou dat iets kunnen veranderen aan de manier waarop wij naar stedelijke transformatie kijken?
Laten we beginnen bij de natuur. Er wordt vaker gesproken over het betrekken van de natuur als stakeholder, waarbij het van belang is om de natuur expliciet mee te nemen in de stakeholderanalyse.4 Wij zouden graag nóg een stap verder kijken, waarbij de natuur wordt beschouwd als volwaardige gebruiker van de stad. Noemenswaardig hierbij, is dat er door jonge generaties wordt benadrukt dat zij een heel andere blik op de wereld hebben dan eerdere generaties. Zij zien “de mens niet langer als heerser over de rest van de natuur of als een entiteit bovenaan de hiërarchische ladder van Aristoteles, maar als een integraal onderdeel van het ecosysteem.”3 Er vindt dus wel degelijk een verschuiving plaats in de manier van denken over de rol van de mens in het ecosysteem. We hebben het ook wel over een verschuiving van antropocentrisch naar ecocentrisch denken, waarbij het ecosysteem, in plaats van enkel de mens, centraal wordt gesteld.
De mens als onderdeel, niet de top van het ecosysteem.
Reconing with nature: developing urban spaces in the age of climate change | Emerald Insight.
De mens wordt in dit perspectief gezien als een integraal onderdeel van het gehele ecosysteem; er moet een balans worden bewaakt tussen alle natuurlijke entiteiten: mens, plant, en dier.3 Vanuit dit perspectief zouden we kunnen stellen dat deze natuurlijke entiteiten, mens, plant en dier, als gebruikers met elkaar samenleven in de stad.
In het artikel “De natuur als volwaardige stakeholder” wordt de vraag gesteld: “Kunnen we bijvoorbeeld de rechten van natuurlijke entiteiten erkennen of een plek aan tafel creëren voor de stem van de natuur in het maken van ontwerpplannen?”4 Onlangs gaf Alan McSmith, wilderness coach en TedX-spreker, een inspirerende lezing op onze Brooklyn Campus over de rol van de natuur in onze leefomgeving. Hij pleitte voor het belang van de natuur op het welzijn van de mens en het leven op onze planeet. Zelfs (of juist) in steden, waar natuur schaars is, is natuur een belangrijke gebruiker van de stad met een grote impact op leefbaarheid en mentaal welzijn.
Naast de natuur is er nog een andere belangrijke stille stakeholder: de toekomstige gebruiker van de stad. Is het mogelijk om gebruikers die nog niet eens bestaan een rol te geven binnen stedelijke ontwikkelingen?
Alan McSmith, wilderness coach en TedX-spreker tijdens de inspirerende lezing op onze Brooklyn Campus over de rol van de natuur in onze leefomgeving.
De volgende generatie als stadsgebruiker
Tijdens eerder benoemde lezing vertelde Alan McSmith in een anekdote hoe hij enkele jaren geleden te gast was bij Jan Terlouw. Aan tafel stond een lege stoel. Een stoel die leeg moest blijven, want deze stond symbool voor de toekomstige generatie. Jan Terlouw had hem uitgelegd dat ook de toekomstige generatie een plaats verdient aan tafel, vooral wanneer er belangrijke besluiten worden genomen. Besluiten die we nu nemen zijn juist voor deze gebruiker namelijk van groot belang.
Ook deze toekomstige generatie kan worden gezien als stille stakeholder binnen de stedelijke ontwikkeling. Wensen en behoeften van deze groep zijn nog lastig te vatten en daardoor mee te nemen in ons beleid en ontwerp. Ze bestaan nog niet in onze bewonersstatistieken, hebben geen stem op inspraakavonden en vullen geen enquêtes in. Toch zullen zij dagelijks leven met de keuzes die wij nu maken. Het meenemen van de toekomstige gebruiker vraagt meer dan alleen ver vooruitkijken. Het vraagt om ontwerp- en besluitvormingsprocessen die structureel rekening houden met onzekerheid en verandering. In de praktijk betekent dit werken met scenario’s, robuuste ontwerpen die meerdere toekomsten aankunnen, en het stellen van morele vragen tijdens besluitvorming: Helpt dit besluit ook mensen die hier over 30 jaar wonen? Of beperken we hun mogelijkheden juist?
Donella Meadows, systeemdenker en auteur van Thinking in Systems, benadrukt dat we onze stad moeten zien als een levend systeem waarin keuzes niet op zichzelf staan, maar doorwerken in talloze onderlinge verbanden. Haar boodschap: als we echt willen handelen in het belang van toekomstige generaties, moeten we bereid zijn langzaam, zorgvuldig en met oog voor samenhang te sturen. Kleine aanpassingen op de juiste plekken kunnen op lange termijn grote effecten hebben, zowel positief als negatief.5
Het is verleidelijk om vooral te sturen op urgente kwesties en korte termijn resultaten, maar als we de toekomstige gebruiker serieus nemen, moeten we leren denken in generaties in plaats van huidig beleid. De lege stoel van Terlouw herinnert ons eraan: iedere beslissing die wij nemen, vullen zij ooit met hun dagelijks leven.
Alle gebruikers meenemen begint bij ons
Als we één ding meenemen uit deze verkenning van de gebruiker van de stad, dan is het wel dat er niet zoiets bestaat als dé gebruiker. De stad is een puzzel van perspectieven, belangen en verhalen. Die van bewoners en bezoekers tot dieren, ecosystemen en zelfs mensen die nog niet geboren zijn. Dat maakt stedelijke ontwikkeling zo fascinerend, maar ook ongelofelijk complex. Iedere keuze die we maken, heeft gevolgen voor groepen die misschien niet direct aan tafel zitten. En juist die stille of onzichtbare gebruikers vragen om extra aandacht.
Voor ons als beleidsmakers en ontwerpers is het verleidelijk om te richten op de groepen die het makkelijkst te bereiken zijn of het hardst van zich laten horen. De echte uitdaging zit echter in het verbreden van ons blikveld. Durven we ook te ontwerpen voor degenen die we niet vanzelf zien? En kunnen we besluiten nemen die niet alleen nu goed voelen, maar ook over twintig, vijftig of honderd jaar nog waardevol zijn? Dat vraagt om een andere manier van kijken, luisteren en samenwerken. Het gaat om het stellen van de juiste vragen, ook als we het antwoord nog niet weten. En om het erkennen dat we als stadmakers nooit het hele plaatje zullen overzien, maar dat we wel de verantwoordelijkheid hebben om het steeds completer te maken.
In ons volgende artikel laten we zien hoe dit in de praktijk werkt. Hoe je, met vallen en opstaan, alle gebruikers een plek kunt geven in de ontwikkeling van de stad.
Dit artikel is onderdeel van onze reeks “de gebruiker van de stad”. Benieuwd naar meer? In een tweede artikel rond dit thema onderzoeken we concrete voorbeelden om ons verruimde blikveld toe te passen in de praktijk.
Notes:
Balans van de leefomgeving (2023) – Planbureau voor de leefomgeving
Right to the city – Henri Lefebvre (1968) Link
Themasessie 1 – Hoe betrek je de natuur als stakeholder? Link
Jessica den Outer: De natuur als volwaardige stakeholder (met rechten) | Projecten | College van Rijksadviseurs Link
Thinking in System – Donella Meadows (2008)