VERHALEN VAN JELMER YOUNG PROFESSIONALS
evelien van brakel
Evelien op een project waar zij nauw bij betrokken was: het fietsvriendelijk maken van wegen. De auto is te gast!
In Gouda wordt gebouwd. Veel gebouwd. Rond het station verrijst een nieuwe wijk, er komen enorm veel woningen bij en daarmee vanzelfsprekend ook veel verkeersbewegingen. Mensen die naar hun werk gaan, naar school, naar sport, familie en vrienden. Maar de beschikbare ruimte in de stad groeit niet mee. Sterker nog; de wegen staan nu al vol. Als er de komende jaren niets verandert, loopt Gouda vast. En dus moet er anders en kritisch gekeken worden naar de inrichting van de beschikbare vierkante meters. Een uitdaging waar Evelien van Brakel, Jelmer alumnus, maar wat graag haar tanden in zet.
Thuiskomen in Gouda
Als adviseur duurzame mobiliteit bij de gemeente Gouda houdt Evelien van Brakel zich elke dag bezig met de mobiliteitstransitie. Met haar indiensttreding bij de gemeente, keerde ze terug in een team en omgeving waar ze eerder werkte tijdens haar Jelmer traineeship. Terugkomen in Gouda voelde als thuiskomen. “Ik waardeer de behulpzaamheid van mijn collega’s en het team waarin ik werk, maar ook de stad waar ik het allemaal voor doe. Gouda is precies groot genoeg: uitdagende vraagstukken binnen de openbare ruimte waar ik mijn kennis en kwaliteiten volop kan benutten, maar wel binnen een organisatie waar mensen elkaar kennen en de lijnen kort zijn. Het bleek voor mij de perfecte werkomgeving, al had ik dat tijdens mijn studie nooit gedacht.”
Gouda is compact, zo’n vier bij vijf kilometer, en binnen de stad wordt al veel gefietst. Toch gaat een groot deel van de bewegingen nog met de auto. “Volgens mij is het nu rond de zestig procent,” vertelt Evelien. “En dat willen we veranderen. Want als er meer woningen bijkomen en iedereen blijft dit doen, dan loopt Gouda gewoon vast.” Haar werk gaat over beleid, maar ook over de praktijk. Want begrijpen op welke manier de fiets, het OV en deelmobiliteit een aantrekkelijk alternatief kunnen zijn voor bewoners, bepaal je niet enkel en alleen vanachter je bureau of in een vergaderzaal. Het vraagt om nieuwsgierigheid naar en onderzoek in de praktijk. “Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat fietsroutes logisch aansluiten, kruispunten veilig zijn en dat er voldoende opties zijn voor het openbaar vervoer.”
De mobiliteitstransitie
Bovendien omvat de mobiliteitstransitie meer dan het verhogen van het aanbod in deelmobiliteit en het aanleggen van fietspaden. Evelien werkt vaak aan projecten waarvan ze op papier denkt: ‘dit wil toch iedereen?’: veiliger, gezonder, verkeersoverlast beperken, meer ruimte voor recreatie en ontmoeting. Maar als je ermee aan de slag gaat, blijken er altijd belangen te botsen. De maximum snelheid op een weg terugbrengen van vijftig naar dertig kilometer per uur, bijvoorbeeld. Dan gaat de veiligheid omhoog, zou je zeggen. Tot je bedenkt wat het betekent voor hulpdiensten of voor de bus als er drempels bijkomen. En dat omwonenden meer trillingen ervaren als asfalt wordt vervangen door klinkers. “Bij veel dingen waar je in eerste instantie denkt: iedereen zal het ermee eens zijn, zitten vaak toch nog heel veel kanttekeningen,” vertelt ze. “Dan begint het puzzelwerk en moet je met elkaar zoeken naar wat het beste is en wat je echt belangrijk vindt als stad.”
Keuzes, routines en gedrag
Wat daarbij goed helpt volgens Evelien, is zichtbaar maken wat het oplevert. Laat mensen zien wat ze ervoor terugkrijgen. Een straat waar minder parkeerplekken zijn, maar waar wel tal van bankjes staan waar buren elkaar kunt ontmoeten. Een speeltuin in het groen op de plek van een voormalig parkeerterrein. “Beelden helpen,” zegt ze. Niet alleen in het op één lijn krijgen van alle belanghebbenden, maar ook in het veranderen van gedrag. Want ook dat is een belangrijk component binnen de mobiliteitstransitie. “Gedrag wordt voor een groot deel bepaald door onbewuste keuzes die mensen iedere dag maken. Als die auto toch voor de deur staat, is het heel verleidelijk om ‘m altijd te pakken. Veel gedragingen zijn zo ingesleten, dat ze lastig te veranderen zijn. “Een goed moment om mensen andere keuzes te laten maken is een verhuizing”, weet Evelien. “Dan gaan mensen toch andere routines ontwikkelen. En kun je ze helpen om ook bewust na te denken over de keuzes die ze iedere dag maken.” In beleidsstukken waar zij aan werkt, staat daarom bijna altijd een hoofdstuk over communicatie, gedrag en bewustwording. Hoe kunnen we het gebruik van deelmobiliteit en/of een duurzaam alternatief zo eenvoudig en aantrekkelijk mogelijk maken? Wat is er nodig om mensen mee te krijgen? En hoe zorgen we dat ze die keuzes ook echt gaan maken? Je kunt het plan op papier rond hebben, je kunt prachtige en inspirerende beelden laten zien wat het mensen oplevert en toch merk je pas dat je werk geslaagd is als mensen het ook gaan dóén. Dat vraagt om geduld, timing en een goed gevoel voor wat er onder de oppervlakte speelt. En ergens herkent ze dat mechanisme ook bij zichzelf. Want waar ze vanuit haar rol als Adviseur Duurzame Mobiliteit het gedrag van anderen probeert te veranderen, heeft ze de afgelopen jaren ook veel geleerd over haar eigen gedrag én hoe dat gedrag vooral wordt bepaald door wat er onder de oppervlakte – in haar hoofd en overtuigingen – speelde.
Eigen gedrag en ontwikkeling
Zo nam ze in het begin van haar carrière nog wel eens de maat met zichzelf. Of ze wel genoeg zei in vergaderingen en of ze wel genoeg ‘aanwezig’ was. Lang dacht Evelien dat je op de voorgrond moest treden om impact te maken. Tot ze, dankzij de coaching vanuit Jelmer, ontdekte dat dit echt niet de enige manier is om van meerwaarde te zijn. “Tijdens mijn tijd bij Jelmer leerde ik dat het oké is om op de achtergrond te zijn,” zegt ze. “Wat je zegt, weegt zwaarder dan hoe vaak je iets zegt.” Dat inzicht gaf rust én vrijheid. “Ik hoefde mezelf niet te dwingen tot iets wat niet ‘in me zit’, maar wel leren vertrouwen op mijn eigen manier van werken.” Binnen het Jelmer traject is veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en leiderschap. “En omdat je in korte tijd veel verschillende omgevingen meemaakt, kom je er snel achter in welke omgeving je wel en niet gedijt.”
Zo begon Evelien bijvoorbeeld in een netwerkorganisatie, De Bouwcampus. Daar werkte ze fulltime, maar veel collega’s waren er maar één of twee dagen per week. “Ik miste een team en het gevoel dat we samen ergens naartoe werkten.” Gelukkig had ze dat gevoel wel in haar tweede jaar, toen ze startte bij de gemeente Gouda. Zoals gezegd stond het werken als ambtenaar voor een middelgrote gemeente niet bovenaan haar lijstje, toen ze van de universiteit kwam. Ze dacht eerder aan een gemeente als Rotterdam of Amsterdam. Toch bleek Gouda een schot in de roos. “Je kent de wethouders en kunt gewoon bij ze binnenlopen. En tegelijkertijd hebben we te maken met dezelfde uitdagingen als een grote gemeente.” Evelien merkte dat ze er goed tot haar recht kwam. Toch wilde ze na Gouda ook de andere kant van de sector leren kennen; daar waar het Jelmer traject voor is bedoeld. En dus startte ze bij adviesbureau APPM, waar ze werkte aan grootschalige projecten. Eindhoven, bijvoorbeeld, waar ze zich bezighield met de plannen voor een nieuw ondergronds busstation. “Ik kwam terecht in een complex speelveld van partijen die allemaal iets moeten vinden, belangen hebben en ook allemaal invloed hebben; ProRail, NS, provincie, de gemeente, het rijk.” Evelien leerde er hoe je belangen bij elkaar brengt en procesmatig grip houdt als de puzzel groter wordt dan één organisatie.”
Van trainee naar adviseur
En hoewel ze het er naar haar zin had, merkte ze ook dat ze iets miste. “Ik miste een vast team en de kans om langdurig aan de ontwikkeling van één stad te werken. Echt ergens je tanden in kunnen zetten en die stad stap voor stap duurzamer, veiliger en leefbaarder te maken.” Daarnaast speelde mee dat ze als adviseur niet zag wat er met haar werk gebeurde. “Ik leverde adviezen op, maar zag niet of nauwelijks wat er daarna gebeurde. Of er iets mee gedaan werd, welke keuzes er vervolgens werden gemaakt en waarom dan.” Ze wilde niet alleen adviezen opleveren, maar ook betrokken zijn bij de uitvoering in de praktijk. “Zodat je ook letterlijk kunt zien waar je adviezen toe leiden.” En zo kwam het dat ze, na afscheid te hebben genomen van Jelmer, de keuze maakte om in een vaste functie aan de slag te gaan voor de gemeente Gouda. Met een rugzak vol ervaringen én een uitgebreide handleiding over zichzelf.
De overgang van Jelmer naar een vaste werkgever ervoer Evelien als soepel. “In het derde jaar van Jelmer zit je al veel meer bij je opdracht en minder op het hoofdkantoor van Jelmer. Bovendien heb je veel geleerd in de afgelopen jaren, waardoor je veel zelfverzekerder bent.” Toch miste ze na verloop van tijd iets dat ze tijdens het Jelmer traject vanzelfsprekend was gaan vinden: het vaste moment van coaching en reflectie. Even met iemand reflecteren op je afgelopen weken. Een coach die je helpt om scherp te blijven op waar je tegenaan loopt. Omdat ze wist hoeveel het haar had gebracht, besloot ze het in te bouwen in haar eigen routines. Wekelijks reflecteren, maandelijks een langere terugblik. Ze hield het niet alleen voor zichzelf, maar nam het ook mee haar team in. Zo organiseerde ze een feedback- en reflectiesessie met collega’s, iets wat binnen de gemeente nog niet gebruikelijk was. “In het begin voelde dat wat onwennig”, vertelt Evelien. “Hoe eerlijk ben je tegen elkaar? Wat zeg je wel, wat zeg je niet? Maar achteraf was het enthousiasme groot,” concludeert Evelien. “Je merkte dat collega’s meer en op een andere manier begrip voor elkaar kregen. Dingen waar ze zich voorheen misschien aan irriteerden, bleken ergens vandaan te komen. Dat helpt om er beter of anders mee om te gaan.” Ze spraken met elkaar af om hier een gewoonte van te maken en één keer per half jaar zo’n sessie te organiseren.
Voor Evelien is het een typisch voorbeeld van iets dat ze heeft geleerd bij Jelmer en nu nog zijn vruchten afwerpt bij haar huidige werkgever. “Persoonlijke ontwikkeling zou niet iets moeten zijn dat je ‘er even bij doet’ als je tijd over hebt. Het is onderdeel van je werk, van hoe je met elkaar samenwerkt en komt het resultaat ten goede.”
Impact van Jelmer op organisaties
Die meerwaarde voor organisaties is er niet alleen ná het Jelmer traject, maar ook zeker tijdens het traineeship. “Voor alle Jelmers geldt dat je weet dat je er maar een jaar zit. Dan wil je er ook alles uithalen. Waar veel starters de eerste maanden vooral aan het landen zijn, zijn Jelmers vanaf dag één gedreven om impact te maken.” Ze zijn leergierig, gemotiveerd en willen alles uit hun tijd binnen jouw organisatie halen. Daar profiteren Business Partners van. Jelmers krijgen training, coaching, intervisie. En een community waar ze mee kunnen sparren, spiegelen en aan wie ze vragen kunt stellen. “Dat netwerk is zo enorm waardevol.” Een ander voordeel voor Business Partners? “Toegang tot talent. Zonder het Jelmer traject had ik waarschijnlijk nooit ontdekt dat een Gouda zo goed bij mij zou passen.”
Kortom; dankzij Jelmer vinden talent en organisatie elkaar. De komende jaren zit Evelien dan ook helemaal op haar plek in Gouda en wil ze vooral bouwen. Aan beleid en projecten die het verschil maken en die Gouda groener, mooier en leefbaar maken. In een team dat samen leert. En aan een stad die, stap voor stap, weer begaanbaar wordt voor iedereen die er in woont, werkt en leeft.
Ben je (bijna) afgestudeerd en wil je ontdekken welke omgeving bij jou past, terwijl je ondertussen investeert in je eigen ontwikkeling? Jelmer is een fantastische plek om te beginnen.