VERHALEN VAN JELMER YOUNG PROFESSIONALS

menno tiesma

Menno met op de achtergrond kasteel Bouvigne, behorend bij het landgoed van Brabantse Delta.

 

Hoe is het om na een Jelmer traineeship aan het werk te gaan? Welke kennis, ervaring en wijze lessen neem je mee? En vooral: hoe heeft het je persoonlijk laten groeien? Menno Tiesma is Jelmer alumnus. Afgelopen januari 2026 maakt hij de overstap van Jelmer naar Waterschap Brabantse Delta. Een stap die hij vol overtuiging zet. De drie jaar daaraan voorafgaand verkende hij verschillende kanten van de sector. De opdrachten bij opdrachtgevers hielpen hem om te ontdekken waar hij het beste tot zijn recht komt. Hoe dat traject verliep en wat Menno’s belangrijkste lessen zijn geweest, lees je in dit verhaal.

 

Van Drenthe via Zuid-Holland naar Brabant

Menno groeit op in het Drentse Zuidlaren. Hij is al jong veel op het water te vinden. Bij elk briesje gaat hij met vrienden zeilen en windsurfen op het Zuidlaardermeer. Je zou denken dat hij, als hij jaren later de keuze maakt voor de master watermanagement, deze keuze dan ook maakt vanwege zijn affiniteit met water. Maar volgens Menno is het toeval. “Ik was gewoon goed in exacte vakken. De keuze voor HBO civiele techniek in Groningen voelde destijds als een logische en na Groningen wou ik een master doen waarin niet alleen techniek, maar ook het sociaalmaatschappelijke aan bod komt.” Dat vindt hij in de master watermanagement. “Daar komt veel meer bij kijken dan enkel harde techniek. Het managen van het water in ons land is een enorme opgave met ook een groot sociaalmaatschappelijk aspect.” Menno belandt in Delft voor zijn studie en zakt na zijn studie, zoals veel studiegenoten, af naar Rotterdam. Binnenkort verruilt hij die stad voor Breda, op fietsafstand van zijn nieuwe werk. “Dat lijkt me ideaal”, zegt hij lachend, “op mijn fietsje naar kantoor.”

Net beginnen en gelijk volop meedraaien

Dat het fietsen in Brabant zou gebeuren, dát had Menno drie jaar geleden niet verwacht. Na zijn studie kiest hij bewust voor het Jelmer traineeship. Het traject van Jelmer geeft hem de kans om verschillende werelden te ervaren en zo te ontdekken wat echt bij hem past. Zijn eerste Jelmer-jaar speelt zich af bij Waterschap Brabantse Delta, waar hij terechtkomt in een specifiek domein, namelijk dat van de persleidingen binnen rioolwaterzuiveringen. Menno vertelt: “Het is niet het meest bekende onderdeel van waterwerk, maar wel een cruciaal systeem waar veel bij elkaar komt. Techniek, veiligheid, planning en verschillende leveranciers met wie je afspraken moet maken.”

Menno werkt mee aan een project waarin een grote persleiding van maar liefst 2 meter doorsnede tijdelijk uit bedrijf moet voor een reconstructie. En dat op een knooppunt waar meerdere leidingen samenkomen. “Dat klinkt misschien alsof je ‘even’ iets afsluit, maar in de praktijk was dit een project met een doorlooptijd van zo’n drie jaar.”, aldus Menno. De daadwerkelijke ombouwactie vond plaats in één nacht. Maar daar gingen enorm veel voorbereidende werkzaamheden aan vooraf. “Je moet je voorstellen dat je een compleet stelsel van leidingen buiten bedrijf moet zetten, voordat je kunt beginnen. Dat betekent dat je ongeveer 10 kilometer aan leidingen moet leegmaken, maar voordat je dat kunt doen moet je natuurlijk talloze aansluitingen op die leidingen dichtzetten. Pas daarna kan de aannemer veilig aan de slag. De aansluitingen op die leidingen waren bovendien niet de minste. “Zo hadden we te maken met bedrijven uit het industriegebied van Moerdijk en met de rioolaansluitingen van meerdere dorpen. We hadden daardoor echt een strakke planning en tegelijkertijd was veiligheid natuurlijk een van de belangrijkste randvoorwaarden,” vertelt Menno. Kortom: een technisch en organisatorisch complex project, waarbij Menno met zijn neus in de boter viel.

Spectaculaire testnacht 

Eén van de hoofdvragen waar de dan kersverse Jelmer zich, samen met collega’s, over buigt is hoe je zo’n leiding snel genoeg leeg krijgt, zodat er veilig en efficiënt gewerkt kan worden. Dat vraagt veel rekenwerk, maar ook organisatiekracht voor het regelen van een testavond. “Ik sprak tientallen mensen, van collega’s tot leveranciers en bedrijven die hierdoor geraakt werden, om vervolgens een plan op te stellen en te kunnen bepalen wat wel en niet werkt.” Menno ontdekte dat dit minstens zo belangrijk was als de technische voorbereiding.”

Toen het tijd was voor de testnacht, was Menno ook daarbij aanwezig. Een enorm spannend moment. Gelukkig slaagt de test; binnen drie uur is de leiding leeg. En hoewel alles van een leien dakje lijkt te gaan, blijkt aan het einde dat de praktijk tóch een eigen agenda heeft. Bij het vullen van de leidingen dreigt het namelijk alsnog mis te gaan. Wat bleek? Als je een leiding vult heb je in het begin veel ontluchtingspunten. Maar hoe verder het water komt, hoe minder ontluchtingspunten er zijn. Bij het laatste ontluchtingspunt moest alle lucht in één keer door een relatief klein gaatje. En ondertussen ontstonden er behoorlijke schommelingen in het water. “Het zorgde even voor wat onrust in het team. Gelukkig stabiliseerde de situatie vrij snel weer. Het leerde me dat je, ook al lijkt een project precies volgens het boekje moet gaan, zeker niet te vroeg moet juichen.”, lacht Menno.

Vrijheid om te ontdekken

Wat Menno vooral bijblijft uit zijn eerste Jelmer-jaar is niet alleen de impact en omvang van het project waar hij aan werkte. Ook al is dat een project waar de gemiddelde Nederlander meestal geen weet van heeft. “Het was ook en vooral de manier van werken binnen het waterschap. Ik had alle ruimte om te onderzoeken, kreeg de vrijheid om met veel verschillende mensen te praten en werd direct serieus genomen. Als ik een idee of plannetje had, dan werd daar echt naar gekeken in plaats van dat men vond dat iets ‘volgens protocol’ moest. Ik merkte dat die cultuur past bij wie ik ben en waar ik energie van krijg: vragen stellen, uitzoeken, sparren, het overzicht houden.” Al met al een hele positieve eerste ervaring met het vakgebied én het werken bij een waterschap.  

Na dit eerste jaar stapt Menno over naar een andere kant van de sector; hij start bij ingenieursbureau Haskoning als hydraulisch adviseur. “Deze stap voelde logisch. In mijn eerste opdracht kwam veel hydraulica voorbij. Ik wilde die technische kant beter leren beheersen.” Menno komt erachter dat het werk heel concreet en afgebakend is. “Berekeningen maken, systemen doorgronden, rapporteren. Heel anders dan in mijn eerste opdracht.” De context is ook anders. Binnen deze opdrachtgever heb je veel meer te maken met deadlines en gaat het ook en vooral om productie draaien en uren schrijven. “Omdat ik dyslectisch ben, kostte het rapporteren me veel energie. De druk dat een rapport af moet… Gelukkig had ik een projectleider naast me die me back-up gaf, maar spannend vond ik het soms wel.”

Zonder wrijving geen glans

Maar juist die spanning en onzekerheid zorgen ervoor dat Menno de meerwaarde van het Jelmer-begeleidingstraject ontdekt. “Niet zozeer met betrekking tot de technische inhoud, maar juist over niet-inhoudelijke skills die je ook moet leren als je gaat werken. Dan zei mijn coach bijvoorbeeld ‘misschien moet je eens bespreekbaar maken wat je ervaart’. Klinkt simpel, maar voor mij was het echt een eyeopener dat je dingen die je voelt en waar je de vinger niet op kunt leggen ook in een professionele setting gewoon bespreekbaar kunt maken. Zo reageerde een collega bijvoorbeeld ineens veel minder en ‘anders’ dan voorheen. Ik voelde dat er iets speelde, maar betrok het op mezelf. Dacht dat ik dingen niet goed aanpakte of iets verkeerd had gedaan. Toen ik het aankaartte, bleek dat die collega bezig was met een andere baan. Had ik me om niets druk zitten maken. Dat zorgde echt voor opluchting en ook voor inzicht. Als je voelt dat er iets is, klopt dat vaak wel, maar de oorzaak hoeft niet bij jou te liggen.” Je gevoel benoemen in plaats van wegdrukken of invullen voor een ander is een vaardigheid die Menno de rest van zijn carrière gaat helpen.

 

De oude vertrekken van kasteel Bouvigne kunnen gebruikt worden als vergaderruimtes.

Ontdekken wat niet past

In het derde jaar start Menno als werkvoorbereider bij aannemer GMB. “Ik wilde alle kanten van de sector ervaren en dit was het ontbrekende puzzelstukje. Als werkvoorbereider was ik betrokken bij de bouw van een nieuwe drinkwaterzuivering in de regio Linschoten/Woerden. Het was een opdracht in een consortium met Heijmans.” Menno draait mee aan het einde van de ontwerpfase, waarin de stap wordt gezet naar de bouwfase. Menno merkt een groot verschil met zijn eerdere opdrachten. “Omdat alles al in kannen en kruiken was, was er veel minder vrijheid om dingen te onderzoeken en te bevragen. Logisch ook, dat proces was al doorlopen. Maar ik was nieuw en nieuwsgierig en wilde graag weten waarom bepaalde keuzes waren gemaakt.” Menno merkt dat daar minder ruimte voor is. De processen zijn strak en het werk vraagt voornamelijk om precisie onder hoge tijdsdruk. Lijstjes afwerken, bestellingen doen, formulieren invullen… Nauwgezet werk en belangrijk ook: “Als je één leidingstuk niet bestelt, dan staat alles stil. Alleen is dat soort werk niet aan mij besteed. Ik word daar niet gelukkig van.” Juist het ontdekken wat niet bij hem past, maakt het derde jaar waardevol voor Menno. “Ik hoef niet te gissen hoe het is om bij een aannemer te werken en of dat werk bij me past. Ik heb het ervaren, zowel in deze opdracht als tijdens een eerdere bijbaan in mijn HBO-tijd. En voor nu is de conclusie dat ik graag in de sector wil werken, maar dat de cultuur van een aannemer niet past bij wie ik ben en wat ik goed kan.”

Terug naar het waterschap en blijven bij het waterschap

Het ‘toeval’ wil dat hij in dit jaar door oud-collega’s bij het waterschap gevraagd wordt om opnieuw om mee te denken. “De daadwerkelijke uitvoer van het project stond voor de deur en ze konden mijn kennis en kunde wel gebruiken om draaiboek strak te zetten.”, herinnert Menno zich. Ergens tussen de overleggen en praktische voorbereiding door, ontstaat het gesprek of hij niet voor langere tijd terug wil keren bij Waterschap Brabantse Delta. “En eigenlijk leek me dat heel erg leuk. Dit was van alle opdrachten de plek waar ik het beste tot mijn recht kwam. Ruimte om te sparren en dingen uit te zoeken, een platte organisatie waar de lijnen kort zijn en contact met veel verschillende partijen.” Menno ziet het wel zitten om voor langere tijd onderdeel te zijn van deze club. “Na drie jaar ontdekken wat bij me past, had ik echt zin om een vaste basis te hebben en mijn collega’s beter te leren kennen.”

Inmiddels werkt Menno een paar maanden in zijn nieuwe functie als technisch manager. Binnen die rol werkt hij aan instandhoudings- en renovatieprojecten rond rioolwaterzuiveringen. Bijvoorbeeld bij de zuivering van Dongemond, waar al enige tijd wordt gewerkt aan een grotere toekomstvisie. Ondertussen zijn er onderdelen die nu echt aandacht vragen. “Het vervangen van een rioolgemaal bijvoorbeeld of de vervanging van twee verouderde chemicaliën doseerinstallaties: het zijn dingen die je niet kunt blijven uitstellen.” Menno krijgt projectopdrachten met een scopelijst en dan begint het uitzoekwerk. “Wat betekent renovatie in deze context eigenlijk? Ik praat met collega’s, operators en specialisten en houdt overzicht op wat al duidelijk is en wat nog niet. ‘Wat bedoel je hier nou precies mee?’ is een vraag die ik wekelijks, zo niet dagelijks stel. Het is technisch werk, maar vraagt ook om veel afstemming. Je moet zorgen dat het bestuur budget vrijmaakt op de juiste momenten, de interne organisatie meenemen en natuurlijk de mensen die uiteindelijk met de installatie gaan werken. Ik houd van die dynamiek.”

 

Dankzij Jelmer stapsgewijs grote sprongen maken

Als Menno terugkijkt op zijn Jelmer-tijd, is er niet één groot inzicht te noemen. De waarde van het traject zit ‘m juist in de optelsom van vaardigheden die je leert en die klein klinken, maar groot uitpakken. Zoals eigen regie nemen. Hij herinnert zich een training met boksen. “Iemand deed bewegingen voor, steeds sneller. Op een gegeven moment kun je het niet meer volgen. En toen kwam de vraag waarom ik het nog steeds precies probeerde na te doen. Het gaf me het inzicht dat ík bepaal hoe gek ik mezelf maak, niet een ander. Dat was een wijze les. Ook leerde ik om meer op mijn gevoel te vertrouwen, dat gevoel te benoemen en minder hard voor mezelf te zijn.”

Dankzij een gouden combinatie van coaching, training en het sparren met een groep leeftijdsgenoten leerde Menno lastige dingen sneller aan te pakken; van piekeren naar actie. Iemand bellen, iets benoemen, het gesprek aangaan. “Het is super fijn dat er in je eerste carrièrejaren een organisatie is buiten je inhoudelijke werk, die je dit soort dingen leert en waar je op kunt terugvallen. Bovendien had ik nooit gedacht dat een waterschap zoals Brabantse Delta iets voor mij zou zijn. Waarschijnlijk was ik, zonder Jelmer, niet gaan werken voor zo’n organisatie; ik had niet in de gaten dat deze omgeving iets voor mij zou zijn. En als dat wel was gebeurd, had ik altijd de vraag gehouden hoe het bij een andere werkgever zou zijn. Dankzij het Jelmer traject weet ik dat dit echt bij me past.”

Voor Menno is ‘dit’ een plek waar techniek en mensen samenkomen, waar hij vragen mag stellen, overzicht kan houden en waar hij de komende jaren letterlijk verder kan bouwen aan zowel zijn carrière als aan projecten die Nederland verder helpen.

 

Ben je nieuwsgierig naar het Jelmer Impact Programma? Neem contact op met Eva Hilbrands!


 

LEES OOK:
het verhaal van Nout Keijzer over zijn driejarig traject
bij Jelmer en opdrachten bij Boskalis.